fbpx

Dyspraxie

Deze leerlingen kunnen opvallen door

Leerlingen met ontwikkelingsdyspraxie (DCD – coördinatie-ontwikkelingsstoornis) hebben opvallende en blijvende moeilijkheden met (fijne en grove) motorische vaardigheden. Moeizaam en moeilijk leesbaar geschrift. Onhandigheid, knoeien met eten, langzaam bij omkleden. Moeite met turnen en balspelen. Moeite met evenwicht, reactievermogen.

Mogelijke zwakke kanten

Aandacht en concentratie
▢ Verhoogde afleidbaarheid

Oriëntatie in tijd en ruimte
▢ Moeilijk klok lezen
▢ Zwak gevoel voor tijd en ordening in tijd
▢ Weg vinden, begrippen links, rechts, voor, na, boven, onder zijn moeilijk

Visueel ruimtelijke vaardigheden 
▢ Moeite met constructies
▢ Zwak in ‘driedimensionaal’ voorstellen

Orde en structuur
▢ Moeilijkheden om taken te plannen
▢ Agenda onvolledig ingevuld

Geheugen
▢ Problemen met onthouden van losse, op zichzelf staande gegevens
▢ Problemen met complexe opdrachten
▢ Afspraken en spullen vergeten

Spreken
▢ Soms problemen met articulatie, bepaalde lettervolgorde en vloeiendheid bij het spreken 

Sociale vaardigheden
▢ Soms onvolwassen gedrag en overdreven emoties
▢ Gedragsproblemen

Mogelijk sterke kanten

Geheugen
▢ Uitstekend lange termijngeheugen als het gaat om ervaringen

Verbale vaardigheden
▢ Vlot taalgebruik
▢ Goede woordenschat

Sociale vaardigheden
▢ Groot doorzettingsvermogen
▢ Inlevingsvermogen

Wat moet je doen en wat niet?

DO'S

Accepteren
 Aanvaard dat de leerling een probleem heeft en toon begrip. Laat voelen dat je gelooft in de leerling. 

Stimuleren en begeleiding
 Motiveer en leg nadruk op talenten!
 Structureer de leerstof en het leergedrag
 Leer kernwoorden markeren. Vat de hoofdzaken samen
 Gebruik heldere taal en geef duidelijke opdrachten!
 Leer de leerlinge ‘hulp’ te vragen
 Controleer regelmatig de agenda
 Zorg dat alleen het nodige schrijfmateriaal op de bank ligt 

Compenseren
 Sta alle hulpmiddelen toe die de ‘zelfredzaamheid’ vergroten. Laptop, rekenmachine, strategiekaarten…
 Laat een liniaal/geodriehoek gebruiken met een handgrip of antislipstrip
 Gebruik voor cijferen en wiskunde ruitjespapier: dit vergemakkelijkt het onder elkaar schrijven van cijfers
 Leer werken met tekstverwerking en spellingcontrole
 Geef meer tijd (min. 30%) bij taken en toetsen
 Bied schema’s en geheugensteuntjes
 Bied instructie stap voor stap aan 

Dispenseren (vrijstellen) 
 Geef vrijstelling van bepaalde eisen (bvb. geen spellingfouten tellen, afwijkingen tot 3 à 4 mm. bij het tekenen tolereren)
 Laat minder oefeningen maken
 Geef een vervangingsopdracht bij sportactiviteiten als het sporten voor veel hilariteit bij de andere leerlingen zorgt en de leerling dit niet aan kan.
 Dwing de leerling ook niet om bijvoorbeeld mee te dansen met het schoolfeest, maar laat hem aankondigen.

DON'TS

Begeleiding en aanpak
 Spellingfouten aanrekenen lange schrijfopdrachten geven
 Veel tekst laten overschrijven van het bord
 Meerdere opdrachten tegelijk geven
 Lange schrijfopdrachten geven
 Grote toetsen kort van tevoren aankondigen
 Alleen schriftelijk overhoren
 Dictees laten meedoen ver boven het niveau
 Toetsen laten leren uit schriften of nota’s die niet gecorrigeerd zijn 

Taalgebruik
 Lange en complexe instructies geven
 Zeggen of schrijven: ‘Je hebt niet geleerd.’ Wel: ‘Vraag hoe hij of zij iets gedaan of geleerd heeft.’ 

Gedrag
 Zware sancties stellen als de leerling te laat komt of iets vergeten is
 Verwachten dat de leerling zelfstandig kan plannen
 De leerling vergelijken met zijn klasgenoten

Materiaal
 Teksten met onoverzichtelijke lay-out
 Een onduidelijke kopie geven
 Geschreven opgaven of toetsen (wel getypt en overzichtelijk) 
 Cursus op veel losse bladen en in verschillende mappen

Vakken die problemen kunnen geven:

  • Nederlands: Moeizaam overschrijven, veel overschrijffouten, spellingproblemen (concentratie voor lettervorming en -verbindingen vraagt alle energie)
  • Wiskunde: Tafels en eenvoudige bewerkingen niet automatiseren, gebruik van materialen (gradenboog, passer) en schetsen of tekenen van figuren is moeilijk, problemen met ‘lezen’ van ruimtelijke figuren, voorstellingen, indelingen, enz.
  • Vreemde talen: Zinsbouw en zinsontleding kunnen problemen geven
  • Aardrijkskunde: Kaart lezen, oriëntatie, reliëfvoorstellingen
  • Lich. opvoeding: Oefeningen met snelle opeenvolgingen, evenwicht, coördinatie